Historiek     Adinkerke     Boncelles     Brugge     Champion     Chaudfontaine     De Panne     Eppegem     Halen     Hoogstade     Houthulst     Keiem     Leopoldsburg     Lier     Oeren     Ougrée     Ramskapelle     Sint-Margriete-Houtem     Steenkerke     Veltem-Beisem     Wandre     Westvleteren

 

 

Brugge, Kerkhofblommenstraat

 

 

 

 

Het stedelijke kerkhof van Brugge is gelegen op het grondgebied van de deelgemeente Assebroek. Het vergt een stevige wandeling, iets meer dan 2 km., om er te komen vanaf het NMBS station van Brugge.

 

De militaire begraafplaats maakt deel uit van het burgerkerkhof. Ze werd volgens het kadaster aangelegd in het jaar 1925.

 

Hier werden de stoffelijke resten begraven van de militairen die overleden in de plaatselijke hospitalen aan opgelopen verwondingen bij het Bevrijdingsoffensief vanaf oktober 1918. Er zijn hier in het totaal 513 Belgische graven, waarvan 15 onbekende soldaten, op een oppervlakte van 50 are.

 

 

 

Twee grafstenen dragen dezelfde naam.

Een aandachtige bezoeker zal het zeker gemerkt hebben,

want ze staan slechts 20 m. uit elkaar.

Remi Joris uit Beverlo zou zowel in graf 487 als in graf 505 liggen.

In onze administratie komt hij slechts één keer voor.

Hij staat wel tweemaal in het register.

 

 

 

 

Onmiddellijk naast het militaire gedeelte van het kerkhof liggen nog 33 gesneuvelden die destijds burgerlijk werden begraven. Wij hebben tevergeefs gezocht naar nog tien andere burgerlijk begraven gesneuvelden. De door de Belgische Natie aan de gesneuvelden beloofde eeuwigdurende begraafplaats geldt alleen voor gesneuvelden begraven op militaire begraafplaatsen.

 

Tenzij de op burgerlijke begraafplaatsen begraven militairen in een eeuwigdurende concessie begraven werden, zijn de militaire beloften niet van kracht.

 

Hillewaert Jerome, soldaat bij het 2e grenadiers, 20 jaar oud, sneuvelde op 1 oktober 1918 in Koolskerke. 

 

Zijn graf (hiernaast) ligt aan de foute kant van de haag die het militaire deel van de begraafplaats scheidt van het burgerlijke deel.

 

Men kan slechts hopen, maar niet verwachten, dat het onderhoud aan graven van jonge, ongehuwde en dus kinderloze militairen, door de latere generaties van neefjes, achterneefjes, etc... tot honderd jaar na het sneuvelen van de betrokkene zou gedragen worden. Hier was dat alvast niet het geval.

 

 

 

Sluit tabblad/venster