Historiek     Adinkerke     Boncelles     Brugge     Champion     Chaudfontaine     De Panne     Eppegem     Halen     Hoogstade     Houthulst     Keiem     Leopoldsburg     Lier     Oeren     Ougrée     Ramskapelle     Sint-Margriete-Houtem     Steenkerke     Veltem-Beisem     Wandre     Westvleteren

 

 

Historiek van de Belgische militaire begraafplaatsen

 

 

Het wetsbesluit van 5 september 1917 bepaalt dat de Belgische Natie altijddurende begraafplaatsen aan de in België overleden militairen van de Belgische en Geallieerde Legers bezorgt. Deze begraafplaatsen vielen destijds onder het toezicht van de Minister van Oorlog.

 

Na wat heen en weer geschuif tussen het Ministerie van Binnenlandse Zaken en het Ministerie van Landsverdediging in de loop van de 20ste eeuw, werden de bevoegdheden en verantwoordelijkheden over de militaire begraafplaatsen definitief overgedragen aan het Ministerie van Landsverdediging en dit vanaf 2004.

 

Op 28 juli 2008 heeft Vlaams minister Dirk Van Mechelen per ministerieel besluit het statuut van beschermd monument gegeven aan 15 militaire begraafplaatsen van het Vlaamse landsgedeelte.

 

Door deze beslissing mag er aan het uitzicht van de begraafplaatsen niets meer gewijzigd worden.

Een ander gevolg van die beslissing is dat hierdoor de altijddurende begraafplaats bekrachtigd wordt.

 

Ongeveer de helft van de Belgische gesneuvelden werd gerepatrieerd naar hun plaats van herkomst en werd daar herbegraven op het ereperk (Carré Militaire) van de kerkhoven of burgerlijke begraafplaatsen. Deze ereperken werden overigens bij de beoordeling als beschermd monument buiten beschouwing gelaten en worden pas in een later stadium of bij de globale beoordeling van een begraafplaats mee gewaardeerd. Daarom ook dat de militaire begraafplaats van Brugge, omdat ze deel uitmaakt van de gemeentelijke begraafplaats die als geheel zeer waardevol is, niet werd opgenomen. Maar voor de ganse Brugse begraafplaats wordt een afzonderlijk beschermingsdossier opgestart.

 

 

 

 

 

 

 

Belgische militaire begraafplaatsen hebben doorgaans een strak symmetrisch aanlegpatroon, met een bakstenen voormuur afgewerkt met natuursteen en sierelementen, een vlaggenmast met driekleur, een gedenkkruis of religieus symbool en een houten schuilhuisje waarin zich ook het grondplan, het register en het bezoekersboek bevindt.

Vanaf 1925 werd een standaard grafsteen, naar ontwerp van architect Fernand Symons, veralgemeend: arduinen stenen versierd met krullen en met een bronzen grafplaat met de gegevens van de overledene. Tenzij de nabestaanden dit niet wensten, werden de oorspronkelijke graftekens zoals houten kruisen of de zgn. heldenhuldezerkjes, door het standaardtype vervangen. Van de ongeveer 800 heldenhuldezerkjes blijven er vandaag nog een behoorlijk aantal bestaan.

 

In het binnenland verwijzen de plaatsen waar de verschillende militaire begraafplaatsen zijn ontstaan doorgaans naar de krijgsverrichtingen, zoals Wandre, Ougrée, Boncelles (Luik), Champion (Namen), Halen, Lier, Sint-Margriete-Houtem, Veltem-Beisem en Eppegem.  In Ramskapelle, Keiem en Houthulst in West-Vlaanderen werden ware veldslagen geleverd.  De slachtoffers werden daar, zo snel de militaire situatie het toeliet, ter plaatse begraven. De plaats waar medische posten of hospitalen werden uitgebouwd, zoals Westvleteren, Hoogstade, Oeren, Steenkerke, Adinkerke en De Panne kregen eveneens een militaire begraafplaats. In het geval van Leopoldsburg betreft het vooral graven van krijgsgevangen, politieke gevangenen, gefusilleerden en opgeeisten die er na de oorlog werden gegroepeerd, meestal gerepatrieerd vanuit Duitsland.

 

De grote garnizoensteden Antwerpen, Luik, Gent, Brugge, Mechelen, Namen en Brussel en ook de gemeenten Elsene en Schaarbeek hadden militaire hospitalen, waarnaar de gekwetste en zieke soldaten na het afbouwen van de veldhospitalen werden overgebracht.  Op de burgerlijke kerkhoven van deze steden zijn grote militaire afdelingen.  Op het Schoonselhof in Wilrijk liggen b.v. meer dan 750 militaire en burgerslachtoffers van de Eerste Wereldoorlog.

 

“Meer dan negentig jaar na de Eerste Wereldoorlog is de herinnering aan deze gruwelijke loopgravenoorlog en aan de Tweede Wereldoorlog nog altijd levendig en actueel. Het is dan ook belangrijk dat de begraafplaatsen en hun graven van een ganse generatie jonge mensen blijvend symbool kunnen staan voor de gruwelen en de zinloosheid van de oorlog.  Niet alleen om niet te vergeten maar ook om lessen te trekken naar de toekomst.  De bescherming van de Belgische militaire begraafplaatsen – en later van de militaire begraafplaatsen van de andere mogendheden – bevestigt de enorme maatschappelijke relevantie ervan. Ik hoop dat deze bescherming meer dan ooit een aanzet mag zijn voor de blijvende en niet aflatende inzet voor het behoud van ons oorlogserfgoed. Dat het tevens een uitgangspunt kan vormen voor nieuwe initiatieven die bijvoorbeeld jongeren bewust maken van het voorrecht om te leven in een vrij en welvarend Vlaanderen”, aldus nog minister Van Mechelen. 

 

 

Klik hier voor:

Statistiek van de gefotografeerde graven op Belgische militaire begraafplaatsen

 

 

BRONNEN

 

“De Belgische militaire begraafplaatsen, een bijkomende opdracht van de Divisie Infrastructuur”. Uitgegeven door het Instituut voor Veteranen NIOOO.

 

De oppervlakten van de verschillende militaire begraafplaatsen zijn gegevens van het Instituut voor Veteranen NIOOO.

 

Citaat van minister Dirk Van Mechelen stond eerder op de website www.dirkvanmechelen.be.  Deze website is heden blijkbaar offline.

 

 

 

Sluit tabblad/venster