Willebroek

 

 

De begraafplaats van Willebroek ligt langs de N183, de Rijksweg van Willebroek naar Sint-Niklaas, op een boogscheut van het Fort van Breendonk. Toen ik er een eerste keer foto’s nam in de zomer van 2012 zag het erepark van het militair gedeelte van de begraafplaats er zo uit:

 

 

 

 

 

 

Ondertussen is er heel wat veranderd. Bij een bezoek in april 2014 bleek niet alleen dat het gras kort gemaaid was maar ook dat de grafstenen gezandstraald werden zodat ik verplicht werd een nieuwe fotosessie te houden.

Zoals u ziet, timing is essentiëel. 

 

In Willebroek hebben wij een militair erepark met 195 gesneuvelde soldaten, begraven onder de klassieke Belgische grafstenen, waarvan 65 onbekende soldaten. Op één na stierven die allemaal in de eerste twee maanden van de oorlog bij de verdediging van de vesting Antwerpen en de stad Dendermonde en allen op de rechteroever van de Schelde tussen deze twee steden.

 

Verder is er nog een erepark met de graven van 14 plaatselijke helden, waarvan nog eens 3 onbekende soldaten, deze keer omdat de gegevens op de grafstenen totaal onleesbaar zijn geworden.

 

En dan is er het verhaal van soldaat Henri-Jozef Boey. Henri-Jozef ligt hier begraven omdat hij hier geboren werd. Hij is een héél bijzondere gesneuvelde van deze Eerste Wereldoorlog. Henri was namelijk het allereerste Belgische slachtoffer van de Eerste Wereldoorlog. En niet zomaar de eerste. Hij sneuvelde op 3 augustus 1914, terwijl de oorlog pas in de ochtend van 4 augustus begon!

 

Henri-Jozef Boey werd in Willebroek geboren op 12 augustus 1890 en was soldaat bij het eerste regiment Karabiniers.

 

Zijn verhaal wordt verteld door Louis Jacqmain, voorzitter van de verbroedering van Karabiniers 1914-1918 die in 1953 het boek “De Zwarte Duivels” schreef over de geschiedenis van de Karabiniers tijdens de Eerste Wereldoorlog. 

 

De Karabiniers maakten de hoofdmacht uit van onze soldaten die de slag om Halen wonnen, de enige veldslag die ons leger zegevierend afsloot in de terugtrekkingsoorlog van 1914, ook genoemd de Slag der Zilveren Helmen.  Daarom werden de Karabiniers door de Duitsers gevreesd. Van dan af ook noemden de Duitser hen “Die schwarze Teufel”, natuurlijk ook vanwege de kleur van hun uniform. Daarom ook de titel van het boek “De Zwarte Duivels”. 

 

In zijn boek schrijft Jacqmain:

 

“Zodra ze aangekomen zijn te Gembloers, op het einde van de voormiddag van 3 augustus 1914 worden de Karabiniers-cyclisten gelast te waken over het lossen van de troepen van de ruiterij divisie.

Dezelfde avond vertrekt onderluitenant Botman, vergezeld van vijf mannen, met een opdracht in de streek van Aubel-Gemmenich en de Duitse grens.

Het is tijdens deze verkenningen dat de eerste karabinier-cyclist van de veldtocht bij ongeval sterft: Soldaat Boey Jozef, die op drie augustus 1914 te Boirs sur Geer, toen hij trachtte op een hooimijt te kruipen, teneinde beter te kunnen waarnemen, in volle borst getroffen werd door een kogel uit zijn eigen geweer.

Boey opende de lange reeks van degenen die de verdediging van ons grondgebied met de dood gingen betalen.”

 

Ik kende het verhaal toen ik zijn graf aantrof, toch werd ik erg emotioneel. Daar sta je echt wel aan het graf van een speciaal iemand.

 

 

    

 

 

 

Sluit tabblad/venster