Op basis van de door mij gefotografeerde graven en de gegevens op die graven, waar ontbrekend aangevuld met gegevens bekomen van de dienst NIOOO, van Flanders Fields en van sommige gemeentebesturen, volgen hierna verschillende statistieken over de gesneuvelden uit de Eerste Wereldoorlog.

 

Het gaat hem op dit ogenblik over een totaal van 20.710 gefotografeerde graven. Noteer dat er naar schatting van de dienst NIOOO zoín 43.000 Belgische militairen in totaal gesneuveld zijn. De gebruikte basis is dus 48.2 % van het totaal.

 

Wie onderstaande gegevens wenst te gebruiken voor extrapolatie naar de rest van de gesneuvelden, waar we geen gegevens van hebben, doet dat op eigen risico.

 

 

Aantal gesneuvelden per regiment    

 

 

 

 

 

Aantal gesneuvelden per oorlogsmaand 

 

Deze statistiek is gebaseerd op een totaal van 20.710 slachtoffers waarvan we een foto van hun graf, grafsteen of Frans kruisje hebben. Alleen de datum van overlijden is hier doorslaggevend.

In totaal hebben we 71 gesneuvelden waarvan wij hun overlijdensjaar niet kennen. Samen met 44 andere gesneuvelden waarvan wij de maand van overlijden niet kennen vertegenwoordigt deze groep van 115 gesneuvelden minder dan 0,6% van het totaal.

Verder zijn er 40 soldaten die in 1920 of later stierven. Deze groep beschouwen we verwaarloosbaar omdat ze minder dan 2 per duizend van het totaal uitmaakt.

In de terugtocht bij het begin van de oorlog sneuvelden 27% van onze totale verliezen en in het eindoffensief nog eens 34%. Dat betekent dat bijna 2/3 van onze verliezen gebeuren in minder dan 6 maanden oorlog en slecht 39% in de bijna 4 jaren loopgravenoorlog. Vele mensen zullen zich dat zeker anders voorgesteld hebben.

 

 

 

 

 

Aantal gesneuvelden uit elk landsdeel    

 

 

 

 

 

Aantal gesneuvelden per geboortejaar    

 

 

 

 

 

Aantal gesneuvelden per leeftijd  

 

 

 

 

 

Aantal gesneuvelden per rang

 

 

 

 

Voor bovenstaande grafiek hebben we 19 verschillende functies samengevoegd. Dat waren functies zoals arts, aalmoezenier, apotheker, militair auditeur, veearts, verpleegster, ja zelf een substituut en een toezichter op de ontgravingen. Samen met een erg algemene groep van 65 gemilitariseerde burgers voor een totaal van 114 gesneuvelden en 0,55 % van de totale testgroep.

 

De grootste groep, daartegenover, en dat zal geen verrassing zijn, is de groep van de gewone frontsoldaat. Het kanonnenvoer, zoals ze wel eens genoemd worden. 16.727 jonge mannen of 81 % van het totaal.

 

De tweede grootste groep zijn de onderofficieren, van sergeant of brigadier tot adjudant of 1ste opperwachtmeester. Hier noteer ik 1.813 gesneuvelden of 8,76 % van het totaal.

 

Dan volgen de korporalen, die zijn proportioneel gezien niet zo hoog in aantal als de onderofficieren. Er zijn er dus ook minder van gesneuveld. 1.282 kwamen er nooit terug of 6,14%.

 

De volgende groep zijn de lagere officieren, van onderluitenant tot kapitein-commandant. In deze groep noteer ik 579 gesneuvelden of 2,81 % van het totaal.

 

De hogere officieren, van majoor tot generaal, zijn natuurlijk het verst van de gevarenzone gebleven. Daarvan zitten er toch nog 31 in mijn statistiek. Zij vertegenwoordigen 0,15 % van het totaal.

 

Van de 20.710 militairen in de testgroep zijn we er van 127 dat is 0,62 %, nooit achtergekomen welke hun militaire graad was in het leger.

 

Besluit: Als militair moet je iedere kans op promotie met beide handen grijpen. Hoe hoger je staat op de hiŽrarchische piramide hoe groter je kansen op overleving in geval van conflict.

 

 

 

 

 

Sluit tabblad/venster