Hoe het begon

 

 

Wat beweegt er in hemelsnaam een mens toe om zoveel mogelijk graven en begraafplaatsen van onze in de Eerste Wereldoorlog gesneuvelde soldaten te gaan fotograferen?

 

Goede vraag! Ziehier hoe het allemaal begon en waar het eindigt.

 

In de lente van 2012 was mijn jongste dochter met haar gezin op weekend in Nieuwpoort. Ongepland kwamen ze in Adinkerke op de militaire begraafplaats achter de kerk en wandelend langs de brede middengang spotten zij een graf met een bekende naam. Onze eigen naam nog wel en net zoals ik, geboren in Buggenhout, maar een halve eeuw vroeger.

 

 

Van der Straeten Pieter Jan

 

Mijn schoonzoon maakt met zijn gsm een foto van de naamplaat op het graf maar bij hun thuiskomst is er niet veel anders herkenbaar op de foto dan de naam van Pieter Jan.

 

Samen met vrienden zijn mijn vrouw en ik een paar weken later in De Panne en wij gaan Pieter Jan opzoeken in Adinkerke. Wij komen terug met een foto van het graf waarop alle gegevens duidelijk zijn.

 

In het gemeentehuis van Buggenhout blijkt dat Pieter Jan de zoon was van een broer van mijn grootvader.  Ik ben dus een achterneef van Pieter Jan. Hij was geboren in 1893, terwijl mijn vader, een volle neef van Pieter Jan dus, geboren was in 1901.

 

In de verhalen van mijn vader over die periode uit zijn leven kwam Pieter Jan nooit voor. Was er onmin tussen zijn ouders en die van Pieter Jan? We zullen het nooit weten.

 

Het verhaal van mijn vader was anders al sterk genoeg. Als opgroeiende jongeling tijdens die oorlogsjaren werd hij door de Duitsers verplicht mee te werken aan wat ze in Buggenhout de boskap noemden. Tijdens de Eerste Wereldoorlog werden 250 hectaren van het zowat 400 hectaren grote Buggenhoutse bos gekapt onder dwang van de Duitsers. Dat hout was nodig voor de versteviging van de Duitse loopgraven en voor de productie van houtskool voor het aanmaken van buskruit. Een broer van mijn vader, enkele jaren ouder dan hemzelf, maar toch te jong om gemobiliseerd te worden in 1914, viel er op nieuwjaarsdag 1918 uit een boom en was op slag dood.

 

Mijn vriend, een actief heemkundige, voelt aan dat er binnen zijn heemkring wat moet gebeuren rond de honderdste verjaardag van die oorlog, die er twee jaar later zat aan te komen. De idee om iets te doen rond onze gesneuvelden binnen de heemkundige werkkring  groeit en ik stel voor om de graven van die gesneuvelden op te zoeken om er foto's van te maken voor een jaarboek of voor de driemaandelijkse tijdschriften.

 

Ik begin met de begraafplaatsen in de buurt. Dendermonde, daar werden in het erepark 156 soldaten begraven. Op de begraafplaats is er geen register en ik zocht 3 graven. Ik kom snel tot het besef dat ik bijna even vlug alle graven fotografeer dan dat ik daar 3 individuele graven moet uitzoeken. De volgende, Willebroek, 209 graven en eveneens geen register, enz..., enz....

 

Het werk achteraf is natuurlijk een andere zaak. Na het uitzoeken van de foto's die ik nodig heb voor de heemkring blijf ik met de andere foto's waarvan ik besef dat die waardevol kunnen zijn. Indien niet voor mezelf, dan zeker voor andere mensen. Ze worden dus bewaard.

 

Een jaar later dacht ik dat ik alles gefotografeerd had dat in BelgiŽ gefotografeerd kon worden en in mijn archief zitten plots 17.000 foto's.

Moet je over de grenzen want in Frankrijk liggen meer dan 3.000 Belgische militaire slachtoffers van die rotoorlog begraven, in Nederland bijna 400 en in het Verenigd Koninkrijk ook zoiets?

Harderwijk in Nederland heeft de grootste concentratie en Calais Nord in Frankrijk heeft 1.030 Belgische graven.  Beide plaatsen waren te doen in dagtrips zoals ook de andere plaatsen langs de Frans-Belgische grens in de departementen Nord, Pas-de-Calais, Aisne en Meurthe et Moselle. 

 

Dan staat mijn teller op 19.000 foto's en ik wil zo graag 20.000 foto's hebben. Daarvoor is het nodig om dieper in Frankrijk te gaan en uiteindelijk sta ik aan de Azurenkust en in Bordeaux op Franse ereparken, samen met nog 40 andere steden en dorpen tussen hier en ginder.

 

20.000 kilometer na mijn eerste foto in Dendermonde, met bovenop een dertigtal treintrips in BelgiŽ, is het netto resultaat meer dan 20.500 foto's, terwijl ik ook aan de graven heb gestaan van 3.326 onbekende soldaten. En diegene waarvan we denken dat hij de enige echte is, die van de Koninklijke straat in Brussel is daar niet eens bij.

 

Tijd dus om er iets mee te doen.

 

Wij beschrijven op onze website onze belevenissen van de twee laatste jaren, geven nuttige wetenswaardigheden betreffende de vele begraafplaatsen, statistieken met betrekking tot de gegevens van de helden wiens graf we hebben gefotografeerd, eigenaardigheden die we hebben vastgesteld, ja zelfs welke de beste manier is om de begraafplaatsen te bezoeken. 

 

Onze uiteindelijke bedoeling is niet zozeer mijn foto's te gelde te maken, maar aan de mensen de weg te tonen naar die begraafplaatsen. Er zullen dit jaar vele herdenkingen plaats vinden, maar of die op de begraafplaatsen zelf  gaan gebeuren? Dat betwijfel ik. Waar blaast men "The Last Post"? Overal, maar zelden op een begraafplaats van onze gesneuvelden.

 

De voorbije jaren heb ik waar mogelijk mijn vrouw, dochters of kleindochters meegenomen op mijn trips naar die graven van 14-18. Ze hebben samen met mij van dit wrede deel van onze geschiedenis geproefd. De kleindochters vooral zijn onder de indruk van de doden die amper hun leeftijd hadden. Ze hebben enorm veel eerbied gekregen voor deze slachtoffers die gevochten hebben voor hun leven en gestorven zijn voor onze vrijheid.

 

 

 

 

 

Sluit tabblad/venster